Help ons verbeteren

Feedback geven

Zie je een fout, ontbreekt er iets, heb je een idee of een vraag? De huidige pagina wordt automatisch meegestuurd.

Waar gaat je feedback over?
Terug naar kennisbank

Omscholen naar monteur laagspanning: hoe ziet de route eruit?

Laagspanningsmonteur word je niet alleen in een klaslokaal. Je groeit via praktijk, veiligheidsinstructies en steeds zelfstandiger montagewerk.

1 min. leestijdadmin

Omscholen naar monteur laagspanning verloopt doorgaans via selectie of nulmeting, technische basisopleiding, oefenen in praktijkwerkplaats, begeleid werk aan het net en uiteindelijk een passende BEI-aanwijzing.

1. Basis vaststellen

Werkgever kijkt naar elektrotechniek, rekenen, schema’s, handvaardigheid, veilig gedrag en rijbewijs. Eerdere elektro-opleiding kan traject verkorten.

2. Techniek leren

Netopbouw, distributiekabels, huisaansluitingen, kasten, moffen, meten en storingen. Dat kan via BBL of bedrijfstraject.

3. Begeleid praktijkwerk

Je start als assistent of monteur in opleiding, voert afgebakende taken uit en legt praktijkbewijs vast. Je werkt niet zelfstandig alleen op basis van cursus.

4. Aanwijzing

Na theorie, praktijkbeoordeling en geschiktheid kent werkgever een schriftelijke BEI-aanwijzing toe voor benoemde handelingen en domein. Daarna kan zelfstandigheid stapsgewijs groeien.

Van meelopen naar zelfstandig laagspanningswerk

In het begin help je bijvoorbeeld bij het voorbereiden van kabels en leer je materiaal herkennen. Daarna oefen je verbindingen en metingen onder toezicht. Zelfstandig werken volgt pas als je opleiding, praktijkervaring en beoordeling op orde zijn. De werkgever bepaalt vervolgens voor welke handelingen je een schriftelijke aanwijzing krijgt.

Terug naar de kennisbank

Verder lezen